wedijveren
werkwoordBetekenis
- een competitie aangaan
Vervoeging van wedijveren
wedijverenhele werkwoord — wedijverdeverleden tijd enkelvoud — wedijverdenverleden tijd meervoud — gewedijverdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wedijver | wedijverde |
| jij | wedijvert | wedijverde |
| hij, zij, het | wedijvert | wedijverde |
| wij | wedijveren | wedijverden |
| jullie | wedijveren | wedijverden |
| zij | wedijveren | wedijverden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gewedijverd | verleden tijd, deelwoord |
| gewedijverd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewedijverd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewedijverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewedijverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewedijverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewedijverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewedijverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewedijverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewedijverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewedijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewedijverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewedijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewedijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewedijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewedijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewedijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewedijverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewedijverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wedijveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wedijveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wedijver | gebiedende wijs |
| wedijverde | verleden tijd |
| wedijvere | aanvoegende wijs |
| wedijverend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gewedijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewedijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewedijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gewedijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewedijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewedijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewedijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewedijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewedijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewedijverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewedijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewedijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewedijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wedijveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewedijverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wedijveren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Samenstelling van wed (wedstrijd ??) en ijveren
Woordfamilie van wedijveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewedijverd | voltooid deelwoord | wedijveren |
| wedijver | gebiedende wijs | wedijveren |
| wedijverde | verleden tijd | wedijveren |
| wedijverden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | wedijveren |
| wedijvere | aanvoegende wijs | wedijveren |
| wedijverend | onvoltooid deelwoord | wedijveren |
| wedijverende | woordvorm | wedijveren |
| wedijvert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wedijveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wedijveren zijn vastgelegd.