voorbehouden
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvorbəˌhɑudə(n)Betekenis
- in reserve houden, slechts voor een bepaald doel bestemmen
- zich iets ~ een recht opeisen
Hoe spreek je voorbehouden uit?
/ˈvorbəˌhɑudən/
Voorbehouden bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| r | rood |
| b | bak |
| ə | de |
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
werkwoord
- in reserve houden, slechts voor een bepaald doel bestemmen, alleen voor een bepaalde groep bestemd transitive
Vervoeging van voorbehouden
voorbehoudenhele werkwoord — behield voorverleden tijd enkelvoud — behielden voorverleden tijd meervoud — voorbehoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | behou voor | behield voor |
| jij | behoudt voor | behield voor |
| hij, zij, het | behoudt voor | behield voor |
| wij | behouden voor | behielden voor |
| jullie | behouden voor | behielden voor |
| zij | behouden voor | behielden voor |
Alle 161 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| behield voor | verleden tijd |
| behou behoud u/je voor, behoudt je voor | gebiedende wijs |
| behou voor | gebiedende wijs |
| behoud voor | gebiedende wijs |
| ben voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is voorbehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was voorbehouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd voorbehouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt voorbehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal voorbehouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal voorbehouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou voorbehouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou voorbehouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had voorbehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voorbehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voorbehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voorbehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorbehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben voorbehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voorbehouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor te behouden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voor te zullen behouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor zal behouden | bijzin, toekomende tijd |
| voor zou behouden | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zouden behouden | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zoudt behouden | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zullen behouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voor zullen behouden | bijzin, toekomende tijd |
| voor zult behouden | bijzin, toekomende tijd |
| voorbehield | bijzin, verleden tijd |
| voorbehielden | bijzin, verleden tijd |
| voorbehieldt | bijzin, verleden tijd |
| voorbehou | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorbehoud | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorbehouden | verleden tijd, deelwoord |
| voorbehouden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorbehouden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorbehouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorbehouden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorbehouden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorbehouden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorbehouden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorbehouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorbehouden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorbehouden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorbehoudend | onvoltooid, deelwoord |
| voorbehoudt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorbehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorbehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was voorbehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was voorbehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me voorbehouden | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voorbehouden | bijzin, toekomende tijd |
| zal voorbehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorbehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voorbehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal voorbehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorbehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich voorbehouden | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je voorbehouden | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich voorbehouden hebben | verleden tijd |
| zich voorbehoudend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voorbehouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) voorbehouden voor zou(dt) behouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voorbehouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt voorbehouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je voorbehouden | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons voorbehouden | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen voorbehouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van voorbehouden
Vervoeging van voorbehouden
voorbehoudenhele werkwoord — behield voorverleden tijd enkelvoud — behielden voorverleden tijd meervoud — voorbehoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | behou voor | behield voor |
| jij | behoudt voor | behield voor |
| hij, zij, het | behoudt voor | behield voor |
| wij | behouden voor | behielden voor |
| jullie | behouden voor | behielden voor |
| zij | behouden voor | behielden voor |
Alle 161 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| behield voor | verleden tijd |
| behou behoud u/je voor, behoudt je voor | gebiedende wijs |
| behou voor | gebiedende wijs |
| behoud voor | gebiedende wijs |
| ben voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is voorbehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was voorbehouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd voorbehouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt voorbehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal voorbehouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal voorbehouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou voorbehouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou voorbehouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had voorbehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voorbehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voorbehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voorbehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorbehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben voorbehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voorbehouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor te behouden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voor te zullen behouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor zal behouden | bijzin, toekomende tijd |
| voor zou behouden | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zouden behouden | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zoudt behouden | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zullen behouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voor zullen behouden | bijzin, toekomende tijd |
| voor zult behouden | bijzin, toekomende tijd |
| voorbehield | bijzin, verleden tijd |
| voorbehielden | bijzin, verleden tijd |
| voorbehieldt | bijzin, verleden tijd |
| voorbehou | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorbehoud | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorbehouden | verleden tijd, deelwoord |
| voorbehouden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorbehouden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorbehouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorbehouden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorbehouden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorbehouden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorbehouden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorbehouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorbehouden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorbehouden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorbehoudend | onvoltooid, deelwoord |
| voorbehoudt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorbehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorbehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was voorbehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was voorbehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was voorbehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt voorbehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me voorbehouden | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voorbehouden | bijzin, toekomende tijd |
| zal voorbehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorbehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voorbehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal voorbehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorbehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich voorbehouden | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je voorbehouden | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich voorbehouden hebben | verleden tijd |
| zich voorbehoudend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt voorbehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voorbehouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) voorbehouden voor zou(dt) behouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voorbehouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt voorbehouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt voorbehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorbehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorbehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je voorbehouden | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons voorbehouden | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen voorbehouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voorbehouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord voorbehoud
Herkomst
samenstelling van voor bw en behouden ww
Woordfamilie van voorbehouden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| behield voor | verleden tijd | voorbehouden |
| behielden voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voorbehouden |
| behou voor | gebiedende wijs | voorbehouden |
| behoud voor | gebiedende wijs | voorbehouden |
| behoude voor | woordvorm | voorbehouden |
| behouden voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | voorbehouden |
| behoudt voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voorbehouden |
| voorbehield | subordinate-clause, verleden tijd | voorbehouden |
| voorbehielden | subordinate-clause, verleden tijd | voorbehouden |
| voorbehou | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voorbehouden |
| voorbehoude | with-subordinate-clause | voorbehouden |
| voorbehoudend | onvoltooid deelwoord | voorbehouden |
| voorbehoudende | woordvorm | voorbehouden |
| voorbehoudt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voorbehouden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorbehouden zijn vastgelegd.