Naar de inhoud

voorbehouden

in reserve houden, slechts voor een bepaald doel bestemmen

voorbehouden is meer dan één woord

voorbehouden

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvorbəˌhɑudə(n)

Betekenis

  1. in reserve houden, slechts voor een bepaald doel bestemmen
  2. zich iets ~ een recht opeisen

Hoe spreek je voorbehouden uit?

/ˈvorbəˌhɑudən/

Voorbehouden bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvorbəˌhɑudən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
o boot
r rood
b bak
ə de
h hoed
ɑu koud
d dak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

werkwoord

  1. in reserve houden, slechts voor een bepaald doel bestemmen, alleen voor een bepaalde groep bestemd transitive

Vervoeging van voorbehouden

voorbehoudenhele werkwoord — behield voorverleden tijd enkelvoud — behielden voorverleden tijd meervoud — voorbehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik behou voor behield voor
jij behoudt voor behield voor
hij, zij, het behoudt voor behield voor
wij behouden voor behielden voor
jullie behouden voor behielden voor
zij behouden voor behielden voor
Alle 161 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
behield voor verleden tijd
behou behoud u/je voor, behoudt je voor gebiedende wijs
behou voor gebiedende wijs
behoud voor gebiedende wijs
ben voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voorbehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorbehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorbehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorbehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorbehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorbehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorbehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorbehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorbehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorbehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorbehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorbehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorbehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben voorbehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorbehouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te behouden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen behouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal behouden bijzin, toekomende tijd
voor zou behouden bijzin, voorwaardelijk
voor zouden behouden bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt behouden bijzin, voorwaardelijk
voor zullen behouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen behouden bijzin, toekomende tijd
voor zult behouden bijzin, toekomende tijd
voorbehield bijzin, verleden tijd
voorbehielden bijzin, verleden tijd
voorbehieldt bijzin, verleden tijd
voorbehou bijzin, tegenwoordige tijd
voorbehoud bijzin, tegenwoordige tijd
voorbehouden verleden tijd, deelwoord
voorbehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorbehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorbehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorbehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorbehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorbehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorbehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorbehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorbehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorbehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorbehoudend onvoltooid, deelwoord
voorbehoudt bijzin, tegenwoordige tijd
waart voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorbehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorbehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voorbehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voorbehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me voorbehouden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorbehouden bijzin, toekomende tijd
zal voorbehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorbehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorbehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voorbehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorbehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich voorbehouden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je voorbehouden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich voorbehouden hebben verleden tijd
zich voorbehoudend onvoltooid, deelwoord
zijn voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorbehouden bijzin, voorwaardelijk
zou voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) voorbehouden voor zou(dt) behouden bijzin, voorwaardelijk
zouden voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorbehouden bijzin, voorwaardelijk
zouden voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorbehouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je voorbehouden tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons voorbehouden eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen voorbehouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van voorbehouden

Vervoeging van voorbehouden

voorbehoudenhele werkwoord — behield voorverleden tijd enkelvoud — behielden voorverleden tijd meervoud — voorbehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik behou voor behield voor
jij behoudt voor behield voor
hij, zij, het behoudt voor behield voor
wij behouden voor behielden voor
jullie behouden voor behielden voor
zij behouden voor behielden voor
Alle 161 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
behield voor verleden tijd
behou behoud u/je voor, behoudt je voor gebiedende wijs
behou voor gebiedende wijs
behoud voor gebiedende wijs
ben voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is voorbehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was voorbehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd voorbehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt voorbehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal voorbehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal voorbehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou voorbehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou voorbehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had voorbehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had voorbehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden voorbehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden voorbehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorbehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben voorbehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen voorbehouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor te behouden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voor te zullen behouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voor zal behouden bijzin, toekomende tijd
voor zou behouden bijzin, voorwaardelijk
voor zouden behouden bijzin, voorwaardelijk
voor zoudt behouden bijzin, voorwaardelijk
voor zullen behouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voor zullen behouden bijzin, toekomende tijd
voor zult behouden bijzin, toekomende tijd
voorbehield bijzin, verleden tijd
voorbehielden bijzin, verleden tijd
voorbehieldt bijzin, verleden tijd
voorbehou bijzin, tegenwoordige tijd
voorbehoud bijzin, tegenwoordige tijd
voorbehouden verleden tijd, deelwoord
voorbehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorbehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
voorbehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorbehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorbehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
voorbehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorbehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
voorbehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorbehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorbehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
voorbehoudend onvoltooid, deelwoord
voorbehoudt bijzin, tegenwoordige tijd
waart voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorbehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren voorbehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was voorbehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was voorbehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was voorbehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt voorbehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me voorbehouden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal voorbehouden bijzin, toekomende tijd
zal voorbehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorbehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal voorbehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal voorbehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal voorbehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich voorbehouden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je voorbehouden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich voorbehouden hebben verleden tijd
zich voorbehoudend onvoltooid, deelwoord
zijn voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt voorbehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou voorbehouden bijzin, voorwaardelijk
zou voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) voorbehouden voor zou(dt) behouden bijzin, voorwaardelijk
zouden voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden voorbehouden bijzin, voorwaardelijk
zouden voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt voorbehouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt voorbehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorbehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt voorbehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je voorbehouden tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons voorbehouden eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen voorbehouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen voorbehouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord voorbehoud

Herkomst

samenstelling van voor bw en behouden ww

Woordfamilie van voorbehouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
behield voor verleden tijd voorbehouden
behielden voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon voorbehouden
behou voor gebiedende wijs voorbehouden
behoud voor gebiedende wijs voorbehouden
behoude voor woordvorm voorbehouden
behouden voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon voorbehouden
behoudt voor aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon voorbehouden
voorbehield subordinate-clause, verleden tijd voorbehouden
voorbehielden subordinate-clause, verleden tijd voorbehouden
voorbehou subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorbehouden
voorbehoude with-subordinate-clause voorbehouden
voorbehoudend onvoltooid deelwoord voorbehouden
voorbehoudende woordvorm voorbehouden
voorbehoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd voorbehouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorbehouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over voorbehouden

Hoe spreek je voorbehouden uit?
De uitspraak van voorbehouden is: /ˈvorbəˌhɑudə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent voorbehouden?
Voorbehouden is een werkwoord. Het woord betekent: in reserve houden, slechts voor een bepaald doel bestemmen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je voorbehouden?
Je vervoegt voorbehouden als volgt: het voltooid deelwoord is voorbehouden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op voorbehouden?

Er staan 14 woorden in dit woordenboek die op voorbehouden rijmen, waaronder onderhouden, houden en bezighouden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op voorbehouden, uitspraak ˈvorbəˌhɑudən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
onderhouden 4
houden 2
bezighouden 4
behouden 3
verkouden 3
onthouden 3
gouden 2
achterhouden 4
snipverkouden 4
aaneengehouden 5
aangehouden 4
buitenhouden 4
snotverkouden 4
zouden 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord voorbehouden is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. B 3
  6. E 1
  7. H 4
  8. O 1
  9. U 4
  10. D 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

voorbehouden levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. O 1
  3. O 1
  4. R 2
  5. B 4
  6. E 1
  7. H 4
  8. O 1
  9. U 2
  10. D 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 zonder bonus
  14. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

voorbehouden in het kort

voorbehouden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van voorbehouden zijn 102 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort voorbehouden bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

voorbehouden: in reserve houden, slechts voor een bepaald doel bestemmen
Deel voorbehouden — standaardnederlands.nl