behouden
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord bəˈhɑudə(n)Betekenis
- iets niet verliezen, handhaven, in stand houden
- redden
- gered, niet verloren gegaan
Hoe spreek je behouden uit?
/bəˈhɑudən/
Behouden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van behouden
behoudenhele werkwoord — behieldverleden tijd enkelvoud — behieldenverleden tijd meervoud — behoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | behou | behield |
| jij | behoudt | behield |
| hij, zij, het | behoudt | behield |
| wij | behouden | behielden |
| jullie | behouden | behielden |
| zij | behouden | behielden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| behield | verleden tijd |
| behou | gebiedende wijs |
| behoud | gebiedende wijs |
| behoude | aanvoegende wijs |
| behouden | verleden tijd, deelwoord |
| behouden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| behouden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| behouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behouden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behouden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| behouden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| behouden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| behouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behouden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behouden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| behoudend | onvoltooid, deelwoord |
| ben behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is behouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was behouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd behouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt behouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal behouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal behouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou behouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou behouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had behouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had behouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had behouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden behouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden behouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden behouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt behouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben behouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te behouden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben behouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen behouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart behouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren behouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren behouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren behouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was behouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was behouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was behouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd behouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd behouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd behouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden behouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden behouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden behouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt behouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word behouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden behouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden behouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden behouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt behouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt behouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal behouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal behouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal behouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal behouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal behouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal behouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal behouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt behouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou behouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou behouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou behouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou behouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou behouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou behouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden behouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden behouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden behouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden behouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden behouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden behouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden behouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden behouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden behouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt behouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt behouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt behouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen behouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen behouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen behouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen behouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen behouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen behouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen behouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen behouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen behouden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen behouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult behouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult behouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult behouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult behouden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van behouden
Vervoeging van behouden
behoudenhele werkwoord
Herkomst
Afgeleid van het werkwoord houden met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van behouden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| behield | verleden tijd | behouden |
| behielden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | behouden |
| behieldt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | behouden |
| behou | gebiedende wijs | behouden |
| behoude | aanvoegende wijs | behouden |
| behoudt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | behouden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van behouden zijn vastgelegd.