houden
werkwoord ˈhɑudə(n)Betekenis
- niet laten varen, het bezit ervan niet verliezen
- huisdieren verzorgen
- het ~ met een verhouding hebben met iemand
- ~ van liefhebben, liefde voelen voor iemand
- het ~ op concluderen tot iets
- zich ~: de schijn aannemen van wat genoemd wordt
Hoe spreek je houden uit?
/ˈhɑudən/
Houden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van houden
houdenhele werkwoord — hieldverleden tijd enkelvoud — hieldenverleden tijd meervoud — gehoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hou | hield |
| jij | houdt | hield |
| hij, zij, het | houdt | hield |
| wij | houden | hielden |
| jullie | houden | hielden |
| zij | houden | hielden |
Alle 162 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gehouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gehouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gehouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gehouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gehouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gehouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gehouden | verleden tijd, deelwoord |
| gehouden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehouden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gehouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehouden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehouden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gehouden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehouden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gehouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehouden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gehouden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hield | verleden tijd |
| hield je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| hield me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| hield u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| hield u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| hield zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| hield zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| hield zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| hielden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| hielden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| hielden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| hou houd u/je , houdt je | gebiedende wijs |
| hou | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| hou | gebiedende wijs |
| houd | gebiedende wijs |
| houd me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| houde | aanvoegende wijs |
| houde zich | aanvoegende wijs |
| houden je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| houden ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| houden zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| houdend | onvoltooid, deelwoord |
| houdt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| houdt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| houdt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| houdt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| houdt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| houdt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| is gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te houden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal houden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal houden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal houden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal me houden | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich houden | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je houden | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich gehouden hebben | verleden tijd |
| zich houdend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou houden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou houden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou houden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden houden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden houden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden houden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt houden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘niet afstaan, tegenhouden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van houden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hield | verleden tijd | houden |
| hieldt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | houden |
| hou | gebiedende wijs | houden |
| houd | gebiedende wijs | houden |
| houdend | onvoltooid deelwoord | houden |
| houdt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | houden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van houden zijn vastgelegd.