Naar de inhoud

houden

niet laten varen, het bezit ervan niet verliezen

houden

werkwoord ˈhɑudə(n)

Betekenis

  1. niet laten varen, het bezit ervan niet verliezen
  2. huisdieren verzorgen
  3. het ~ met een verhouding hebben met iemand
  4. ~ van liefhebben, liefde voelen voor iemand
  5. het ~ op concluderen tot iets
  6. zich ~: de schijn aannemen van wat genoemd wordt

Hoe spreek je houden uit?

/ˈhɑudən/

Houden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhɑudən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɑu koud
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van houden

houdenhele werkwoord — hieldverleden tijd enkelvoud — hieldenverleden tijd meervoud — gehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou hield
jij houdt hield
hij, zij, het houdt hield
wij houden hielden
jullie houden hielden
zij houden hielden
Alle 162 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehouden verleden tijd, deelwoord
gehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield verleden tijd
hield je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
hield me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
hield u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
hield u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hield zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
hield zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
hield zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hielden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
hielden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
hielden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
hou houd u/je , houdt je gebiedende wijs
hou eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
hou gebiedende wijs
houd gebiedende wijs
houd me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
houde aanvoegende wijs
houde zich aanvoegende wijs
houden je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
houden ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
houden zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
houdend onvoltooid, deelwoord
houdt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
houdt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
houdt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
houdt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
houdt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
houdt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
is gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal houden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal houden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal houden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal me houden eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich houden derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je houden tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gehouden hebben verleden tijd
zich houdend onvoltooid, deelwoord
zijn gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou houden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou houden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou houden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden houden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden houden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden houden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt houden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘niet afstaan, tegenhouden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Woordfamilie van houden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hield verleden tijd houden
hieldt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon houden
hou gebiedende wijs houden
houd gebiedende wijs houden
houdend onvoltooid deelwoord houden
houdt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon houden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van houden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over houden

Hoe spreek ik houden uit?
Zo spreek je houden uit: /ˈhɑudə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van houden?
Houden is een werkwoord. De betekenis is: niet laten varen, het bezit ervan niet verliezen. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik houden?
Zo vervoeg je houden zo: de tegenwoordige tijd is hou, de verleden tijd is hield en het voltooid deelwoord is gehouden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op houden?

Er staan 14 woorden in dit woordenboek die op houden rijmen, waaronder onderhouden, bezighouden en behouden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op houden, uitspraak ˈhɑudən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
onderhouden 4
bezighouden 4
behouden 3
verkouden 3
onthouden 3
gouden 2
voorbehouden 4
achterhouden 4
snipverkouden 4
aaneengehouden 5
aangehouden 4
buitenhouden 4
snotverkouden 4
zouden 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord houden is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. O 1
  3. U 4
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

houden levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. O 1
  3. U 2
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

houden telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

houden in het kort

houden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van houden staan er 105 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort houden bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

houden: niet laten varen, het bezit ervan niet verliezen
Deel houden — standaardnederlands.nl