onthouden
werkwoord ɔntˈhɑudə(n)Betekenis
- in het geheugen bewaren
- zich ~: bewust iets niet doen, hoewel er een wens of behoefte naar is
- zich ~: bewust niet gebruikmaken van het recht aan een stemming deel te nemen
Hoe spreek je onthouden uit?
/ɔntˈhɑudən/
Onthouden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- zich ~: bewust iets niet doen of van iets afzien, hoewel er een wens of behoefte naar is reflexive
- niet geven, niet doen toekomen ditransitive
- drachtig worden intransitive
Vervoeging van onthouden
onthoudenhele werkwoord — onthieldverleden tijd enkelvoud — onthieldenverleden tijd meervoud — onthoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onthou | onthield |
| jij | onthoudt | onthield |
| hij, zij, het | onthoudt | onthield |
| wij | onthouden | onthielden |
| jullie | onthouden | onthielden |
| zij | onthouden | onthielden |
Alle 162 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is onthouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onthouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onthouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onthouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onthouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onthouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onthouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onthouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onthouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onthouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onthouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onthouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onthouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onthield | verleden tijd |
| onthield je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| onthield me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| onthield zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| onthield zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| onthield zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| onthielden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| onthielden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| onthielden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| onthieldt u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| onthieldt u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| onthou onthoud u/je , onthoudt je | gebiedende wijs |
| onthou | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| onthou | gebiedende wijs |
| onthoud | gebiedende wijs |
| onthoud me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| onthoude | aanvoegende wijs |
| onthoude zich | aanvoegende wijs |
| onthouden | verleden tijd, deelwoord |
| onthouden je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| onthouden ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| onthouden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onthouden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onthouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onthouden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onthouden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onthouden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onthouden zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| onthouden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onthouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onthouden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onthouden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onthoudend | onvoltooid, deelwoord |
| onthoudt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| onthoudt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| onthoudt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| onthoudt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| onthoudt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| onthoudt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| te hebben onthouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onthouden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onthouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onthouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onthouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onthouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onthouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me onthouden | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onthouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onthouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onthouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal onthouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onthouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich onthouden | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je onthouden | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich onthouden hebben | verleden tijd |
| zich onthoudend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je onthouden | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons onthouden | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van onthouden
Vervoeging van onthouden
onthoudenhele werkwoord — onthieldverleden tijd enkelvoud — onthieldenverleden tijd meervoud — onthoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onthou | onthield |
| jij | onthoudt | onthield |
| hij, zij, het | onthoudt | onthield |
| wij | onthouden | onthielden |
| jullie | onthouden | onthielden |
| zij | onthouden | onthielden |
Alle 162 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is onthouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onthouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onthouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onthouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onthouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onthouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onthouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onthouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onthouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onthouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onthouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onthouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onthouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onthield | verleden tijd |
| onthield je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| onthield me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| onthield zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| onthield zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| onthield zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| onthielden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| onthielden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| onthielden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| onthieldt u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| onthieldt u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| onthou onthoud u/je , onthoudt je | gebiedende wijs |
| onthou | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| onthou | gebiedende wijs |
| onthoud | gebiedende wijs |
| onthoud me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| onthoude | aanvoegende wijs |
| onthoude zich | aanvoegende wijs |
| onthouden | verleden tijd, deelwoord |
| onthouden je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| onthouden ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| onthouden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onthouden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onthouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onthouden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onthouden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onthouden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onthouden zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| onthouden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onthouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onthouden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onthouden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onthoudend | onvoltooid, deelwoord |
| onthoudt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| onthoudt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| onthoudt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| onthoudt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| onthoudt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| onthoudt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| te hebben onthouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onthouden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onthouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onthouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onthouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onthouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onthouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onthouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt onthouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt onthouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me onthouden | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onthouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onthouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onthouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal onthouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onthouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zich onthouden | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je onthouden | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich onthouden hebben | verleden tijd |
| zich onthoudend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onthouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt onthouden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onthouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onthouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onthouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen je onthouden | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons onthouden | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘niet vergeten’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van onthouden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onthield | verleden tijd | onthouden |
| onthielden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onthouden |
| onthieldt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | onthouden |
| onthou | gebiedende wijs | onthouden |
| onthoud | gebiedende wijs | onthouden |
| onthoude | aanvoegende wijs | onthouden |
| onthoudend | onvoltooid deelwoord | onthouden |
| onthoudende | woordvorm | onthouden |
| onthoudt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onthouden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onthouden zijn vastgelegd.