vitrage
zelfstandig naamwoord viˈtraʒəBetekenis
- een dunne gordijn gewoon van een mooie kleur die de zonnestraling enigszins tempert en inkijk voorkomt
Hoe spreek je vitrage uit?
/viˈtraʒə/
Vitrage bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| i | riet |
| t | tak |
| r | rood |
| a | maan |
| ʒ | journaal |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vitrages | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘glasgordijn’ voor het eerst aangetroffen in 1858
Woordfamilie van vitrage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vitrages | meervoud | vitrage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vitrage zijn vastgelegd.