equipage
zelfstandig naamwoord ˌekiˈpaʒəBetekenis
- bemanning op een schip, beneden de rang van officier
- bagage
- eigen rijtuig
- uitrusting
- benodigdheden
Hoe spreek je equipage uit?
/ˌekiˈpaʒə/
Equipage bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| k | kat |
| i | riet |
| p | pak |
| a | maan |
| ʒ | journaal |
| ə | de |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| equipages | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘paard met rijtuig’ voor het eerst aangetroffen in 1734
Woordfamilie van equipage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| equipages | meervoud | equipage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van equipage zijn vastgelegd.