bagage
zelfstandig naamwoord baˈɣaʒəBetekenis
- een verzameling van eigendommen
- iets dat men voortdurend in zich meedraagt en ervaart
Hoe spreek je bagage uit?
/baˈxaʒə/
Bagage bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| x | acht |
| ʒ | journaal |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- een verzameling van eigendommen van een reiziger
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bagages | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘reisgoed’ voor het eerst aangetroffen in 1515
Woordfamilie van bagage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bagages | meervoud | bagage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bagage zijn vastgelegd.