vitrine
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Glazen uitstalkast van voorwerpen die zo kostbaar of kwetsbaar zijn dat ze niet zonder bescherming kunnen worden getoond.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vitrines | meervoud |
| vitrinetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vitrinetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord van het Frans vitrine, in de betekenis van ‘glazen kast’ voor het eerst aangetroffen in 1875
Woordfamilie van vitrine
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vitrines | meervoud | vitrine |
| vitrinetje | verkleinwoord | vitrine |
| vitrinetjes | verkleinwoord meervoud | vitrine |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vitrine zijn vastgelegd.