corsage
zelfstandig naamwoord kɔrˈsaʒəBetekenis
- een bloemstukje dat ter hoogte van de borst op de kleding wordt gedragen
Hoe spreek je corsage uit?
/kɔrˈsaʒə/
Corsage bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| s | sok |
| a | maan |
| ʒ | journaal |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| corsages | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘versiersel op bovenstuk van japon’ voor het eerst aangetroffen in 1849
Woordfamilie van corsage
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| corsages | meervoud | corsage |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van corsage zijn vastgelegd.