Naar de inhoud

vieren

op plechtige of feestelijke wijze een gedenkwaardige tijd gedenken

vieren is meer dan één woord

vieren

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvirə(n)

Betekenis

  1. op plechtige of feestelijke wijze een gedenkwaardige tijd gedenken
  2. de lengte van een touw of kabel waaraan iets vastzit langer maken
  3. van vier: bij tijdsaanduidingen na voorzetsels

Hoe spreek je vieren uit?

/ˈvirən/

Vieren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈvirən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
i riet
r rood
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. de lengte van een touw of kabel waaraan iets vastzit langer maken (bijv. in de scheepvaart) transitive

Vervoeging van vieren

vierenhele werkwoord — vierdeverleden tijd enkelvoud — vierdenverleden tijd meervoud — gevierdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vier vierde
jij viert vierde
hij, zij, het viert vierde
wij vieren vierden
jullie vieren vierden
zij vieren vierden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gevierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gevierd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gevierd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gevierd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gevierd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gevierd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gevierd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gevierd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gevierd verleden tijd, deelwoord
gevierd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gevierd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gevierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gevierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gevierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gevierd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gevierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gevierd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gevierd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gevierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gevierd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gevierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gevierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gevierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevierd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gevierd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gevierd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vier gebiedende wijs
vierde verleden tijd
viere aanvoegende wijs
vierend onvoltooid, deelwoord
zal gevierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gevierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gevierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gevierd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gevierd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gevierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gevierd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gevierd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

zelfstandig naamwoord

  1. datief van vier: bij tijdsaanduidingen na voorzetsels

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord vier

Herkomst

ww [1]: via Middelnederlands vieren ww en Oudnederlands firon ww van Latijn feriari ww "een rustperiode nemen", in de betekenis "een rustdag nemen" aangetroffen vanaf 1151-1200

Woordfamilie van vieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vierden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vieren
viere aanvoegende wijs vieren
vierend onvoltooid deelwoord vieren
vierende woordvorm vieren
viert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vieren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vieren

Hoe spreek ik vieren uit?
Zo spreek je vieren uit: /ˈvirə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van vieren?
Vieren is een werkwoord. De betekenis is: op plechtige of feestelijke wijze een gedenkwaardige tijd gedenken. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vieren?
Zo vervoeg je vieren zo: de tegenwoordige tijd is vier, de verleden tijd is vierde en het voltooid deelwoord is gevierd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vieren?

Op vieren rijmen 40 woorden, onder andere dieren, versieren en mieren. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vieren, uitspraak ˈvirən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
dieren 2
versieren 3
mieren 2
gieren 2
papieren 3
stieren 2
gevieren 3
autopapieren 5
plezieren 3
rentenieren 4
pionieren 4
verstieren 3
aalmoezenieren 5
aanvraagformulieren 6
beroepsonderofficieren 8
brevieren 3
cloacadieren 5
eglantieren 4
getijdenrivieren 6
grootofficieren 5
ieren 2
kiezelwieren 4
klimbuideldieren 5
lastenkohieren 5
manieren 3
manteldieren 4
neteldieren 4
oerwouddieren 4
pantserwieren 4
ratelpopulieren 6
reserveofficieren 7
revieren 3
rivieren 3
spieren 2
tarwebieren 4
troeteldieren 4
winkelhieren 4
witlofbieren 4
witloofbieren 4
zilverpapieren 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vieren is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. I 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vieren levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. I 2
  3. E 1
  4. R 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vieren telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

vieren in het kort

vieren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vieren staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vieren bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vieren: op plechtige of feestelijke wijze een gedenkwaardige tijd gedenken
Deel vieren — standaardnederlands.nl