stieren
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstirə(n)Betekenis
- stevig doorlopen
Hoe spreek je stieren uit?
/ˈstirən/
Stieren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| i | riet |
| r | rood |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- laten paren transitive
Vervoeging van stieren
stierenhele werkwoord — stierdeverleden tijd enkelvoud — stierdenverleden tijd meervoud — gestierdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stier | stierde |
| jij | stiert | stierde |
| hij, zij, het | stiert | stierde |
| wij | stieren | stierden |
| jullie | stieren | stierden |
| zij | stieren | stierden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] stieren | canonical |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestierd | verleden tijd, deelwoord |
| gestierd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestierd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestierd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestierd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestierd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestierd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestierd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestierd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestierd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stier | gebiedende wijs |
| stierde | verleden tijd |
| stiere | aanvoegende wijs |
| stierend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gestierd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te stieren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stieren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestierd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stieren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stieren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestierd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stieren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stier
werkwoord
- in een bepaalde richting laten bewegen obsolete, transitive
Vervoeging van stieren
stierenhele werkwoord — gestierdvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] stieren | canonical |
| gestierd | verleden tijd, deelwoord |
| stierde | verleden tijd |
Woordfamilie van stieren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestierd | voltooid deelwoord | stieren |
| stierde | verleden tijd | stieren |
| stierden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stieren |
| stiere | aanvoegende wijs | stieren |
| stierend | onvoltooid deelwoord | stieren |
| stierende | woordvorm | stieren |
| stiert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stieren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stieren zijn vastgelegd.