Naar de inhoud

veroorzaken

de oorzaak zijn van; een gevolg tot stand brengen

veroorzaken

werkwoord

Betekenis

  1. de oorzaak zijn van; een gevolg tot stand brengen

Vervoeging van veroorzaken

veroorzakenhele werkwoord — veroorzaakteverleden tijd enkelvoud — veroorzaaktenverleden tijd meervoud — veroorzaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik veroorzaak veroorzaakte
jij veroorzaakt veroorzaakte
hij, zij, het veroorzaakt veroorzaakte
wij veroorzaken veroorzaakten
jullie veroorzaken veroorzaakten
zij veroorzaken veroorzaakten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is veroorzaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was veroorzaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd veroorzaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt veroorzaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal veroorzaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal veroorzaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou veroorzaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou veroorzaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had veroorzaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had veroorzaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had veroorzaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden veroorzaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden veroorzaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden veroorzaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt veroorzaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben veroorzaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben veroorzaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te veroorzaken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen veroorzaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
veroorzaak gebiedende wijs
veroorzaakt verleden tijd, deelwoord
veroorzaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
veroorzaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
veroorzaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
veroorzaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
veroorzaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
veroorzaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
veroorzaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
veroorzaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
veroorzaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
veroorzaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
veroorzaakte verleden tijd
veroorzake aanvoegende wijs
veroorzakend onvoltooid, deelwoord
waart veroorzaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren veroorzaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren veroorzaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren veroorzaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was veroorzaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was veroorzaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was veroorzaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt veroorzaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal veroorzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal veroorzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal veroorzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal veroorzaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal veroorzaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt veroorzaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou veroorzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou veroorzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou veroorzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou veroorzaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou veroorzaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou veroorzaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden veroorzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden veroorzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden veroorzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden veroorzaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden veroorzaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden veroorzaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt veroorzaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt veroorzaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen veroorzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen veroorzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen veroorzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen veroorzaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen veroorzaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen veroorzaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen veroorzaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult veroorzaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult veroorzaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult veroorzaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult veroorzaken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van oorzaak met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van veroorzaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
veroorzaak gebiedende wijs veroorzaken
veroorzaakt voltooid deelwoord veroorzaken
veroorzaakte verleden tijd veroorzaken
veroorzaakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon veroorzaken
veroorzake aanvoegende wijs veroorzaken
veroorzakend onvoltooid deelwoord veroorzaken
veroorzakende woordvorm veroorzaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veroorzaken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over veroorzaken

Wat is de betekenis van veroorzaken?
Veroorzaken is een werkwoord. De betekenis is: de oorzaak zijn van; een gevolg tot stand brengen.
Hoe vervoeg ik veroorzaken?
Zo vervoeg je veroorzaken zo: de tegenwoordige tijd is veroorzaak, de verleden tijd is veroorzaakte en het voltooid deelwoord is veroorzaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord veroorzaken is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. O 1
  6. R 2
  7. Z 4
  8. A 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

veroorzaken levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. O 1
  5. O 1
  6. R 2
  7. Z 5
  8. A 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

veroorzaken in het kort

veroorzaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van veroorzaken staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort veroorzaken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

veroorzaken: de oorzaak zijn van; een gevolg tot stand brengen
Deel veroorzaken — standaardnederlands.nl