Naar de inhoud

toebrengen

veroorzaken.

toebrengen

werkwoord

Betekenis

  1. veroorzaken.
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van toebrengen

toebrengenhele werkwoord — bracht toeverleden tijd enkelvoud — brachten toeverleden tijd meervoud — toegebrachtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik breng toe bracht toe
jij brengt toe bracht toe
hij, zij, het brengt toe bracht toe
wij brengen toe brachten toe
jullie brengen toe brachten toe
zij brengen toe brachten toe
Alle 206 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bracht toe verleden tijd
breng toe gebiedende wijs
er is toegebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegebracht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegebracht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegebracht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegebracht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegebracht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegebracht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegebracht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
had toegebracht gekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegebracht gekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegebracht gekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegebracht gekregen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegebracht gekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegebracht gekregen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt toegebracht gekregen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb toegebracht gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben toegebracht gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegebracht gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegebracht gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt toegebracht gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft toegebracht gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegebracht gekregen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kreeg toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
kreeg toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
kreeg toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
kreegt toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
kregen toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
kregen toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
kregen toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
krijg toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
krijgen toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
krijgen toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
krijgen toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
krijgt toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
krijgt toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
te hebben toegebracht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toebrengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te brengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal brengen bijzin, toekomende tijd
toe zou brengen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden brengen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt brengen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen brengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen brengen bijzin, toekomende tijd
toe zult brengen bijzin, toekomende tijd
toebracht bijzin, verleden tijd
toebrachten bijzin, verleden tijd
toebreng bijzin, tegenwoordige tijd
toebrengend onvoltooid, deelwoord
toebrengt bijzin, tegenwoordige tijd
toegebracht verleden tijd, deelwoord
toegebracht gekregen hebben infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegebracht gekregen te hebben infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegebracht gekregen te zullen hebben infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegebracht gekregen zullen hebben infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegebracht krijgen infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegebracht te krijgen infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegebracht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegebracht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegebracht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegebracht te zullen krijgen infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegebracht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegebracht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegebracht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegebracht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegebracht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegebracht zullen krijgen infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegebracht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegebracht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart toegebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegebracht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegebracht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegebracht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegebracht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegebracht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toebrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toebrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toebrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toebrengen bijzin, toekomende tijd
zal toegebracht gekregen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegebracht gekregen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegebracht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegebracht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegebracht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegebracht krijgen enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegebracht krijgen enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegebracht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegebracht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegebracht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegebracht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toebrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toebrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toebrengen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toebrengen bijzin, voorwaardelijk
zou toegebracht gekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegebracht gekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegebracht gekregen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegebracht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon

Herkomst

samenstelling van toe bw en brengen ww

Woordfamilie van toebrengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bracht toe verleden tijd toebrengen
brachten toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toebrengen
breng toe gebiedende wijs toebrengen
brenge toe woordvorm toebrengen
brengen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toebrengen
brengt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toebrengen
toebracht subordinate-clause, verleden tijd toebrengen
toebrachten subordinate-clause, verleden tijd toebrengen
toebreng subordinate-clause, tegenwoordige tijd toebrengen
toebrenge with-subordinate-clause toebrengen
toebrengend onvoltooid deelwoord toebrengen
toebrengende woordvorm toebrengen
toebrengt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toebrengen
toegebracht voltooid deelwoord toebrengen
toegebrachte woordvorm toebrengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toebrengen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toebrengen

Wat is de betekenis van toebrengen?
Toebrengen is een werkwoord. De betekenis is: veroorzaken. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik toebrengen?
Zo vervoeg je toebrengen zo: het voltooid deelwoord is toegebracht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toebrengen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. B 3
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toebrengen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. B 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toebrengen in het kort

toebrengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van toebrengen staan er 121 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toebrengen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toebrengen: veroorzaken.
Deel toebrengen — standaardnederlands.nl