Naar de inhoud

aandoen

(kleren) aantrekken

aandoen

werkwoord ˈandun

Betekenis

  1. (kleren) aantrekken
  2. (iemand iets) berokkenen
  3. (iets) aantasten
  4. (iemand) ontroeren
  5. (iemand of iets) bezoeken
  6. lampen ontsteken, kachel aansteken

Hoe spreek je aandoen uit?

/ˈandun/

Aandoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈandun/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
d dak
u boek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. aantrekken transitive
  2. berokkenen transitive
  3. aantasten transitive
  4. ontroeren transitive
  5. bezoeken transitive

Vervoeging van aandoen

aandoenhele werkwoord — deed aanverleden tijd enkelvoud — deden aanverleden tijd meervoud — aangedaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doe aan deed aan
jij doet aan deed aan
hij, zij, het doet aan deed aan
wij doen aan deden aan
jullie doen aan deden aan
zij doen aan deden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te doen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal doen bijzin, toekomende tijd
aan zou doen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden doen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt doen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen doen bijzin, toekomende tijd
aan zult doen bijzin, toekomende tijd
aandeden bijzin, verleden tijd
aandeed bijzin, verleden tijd
aandoe bijzin, tegenwoordige tijd
aandoend onvoltooid, deelwoord
aandoet bijzin, tegenwoordige tijd
aangedaan verleden tijd, deelwoord
aangedaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangedaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangedaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangedaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangedaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangedaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangedaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ben aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
deed aan verleden tijd
doe aan gebiedende wijs
er is aangedaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangedaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangedaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangedaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangedaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangedaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangedaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangedaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aandoen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aandoen bijzin, toekomende tijd
zal aangedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangedaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aandoen bijzin, voorwaardelijk
zou aangedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) aandoen aan zou(dt) doen bijzin, voorwaardelijk
zouden aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aandoen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aandoen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen aandoen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aandoen bijzin, toekomende tijd
zullen aangedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangedaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangedaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangedaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult aandoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

[1-5] samenstelling van aan vz en doen ww

Woordfamilie van aandoen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aandeden subordinate-clause, verleden tijd aandoen
aandeed subordinate-clause, verleden tijd aandoen
aandoe subordinate-clause, tegenwoordige tijd aandoen
aandoend onvoltooid deelwoord aandoen
aandoende woordvorm aandoen
aandoet subordinate-clause, tegenwoordige tijd aandoen
deden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aandoen
deed aan verleden tijd aandoen
deedt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon aandoen
doe aan gebiedende wijs aandoen
doen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aandoen
doet aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aandoen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aandoen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aandoen

Hoe spreek ik aandoen uit?
Zo spreek je aandoen uit: /ˈandun/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aandoen?
Aandoen is een werkwoord. De betekenis is: (kleren) aantrekken. In totaal staan er 11 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aandoen?
Zo vervoeg je aandoen zo: het voltooid deelwoord is aangedaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aandoen is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aandoen levert met Wordfeud minimaal 8 en maximaal 76 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 8 zonder bonus
  9. 76 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

aandoen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

aandoen in het kort

aandoen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 11 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aandoen staan er 89 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aandoen bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aandoen: (kleren) aantrekken
Deel aandoen — standaardnederlands.nl