Naar de inhoud

stichten

de grondslag voor iets leggen, iets instellen

stichten is meer dan één woord

stichten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. de grondslag voor iets leggen, iets instellen

Vervoeging van stichten

stichtenhele werkwoord — stichtteverleden tijd enkelvoud — stichttenverleden tijd meervoud — gestichtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sticht stichtte
jij sticht stichtte
hij, zij, het sticht stichtte
wij stichten stichtten
jullie stichten stichtten
zij stichten stichtten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gesticht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesticht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesticht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesticht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesticht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesticht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesticht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesticht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesticht verleden tijd, deelwoord
gesticht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesticht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesticht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesticht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesticht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesticht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesticht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesticht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesticht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesticht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesticht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesticht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesticht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesticht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesticht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesticht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesticht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sticht gebiedende wijs
stichte aanvoegende wijs
stichtend onvoltooid, deelwoord
stichtte verleden tijd
te hebben gesticht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stichten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesticht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesticht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesticht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesticht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stichten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesticht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesticht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesticht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stichten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesticht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stichten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord sticht

Herkomst

In de betekenis van ‘grondvesten, doen ontstaan’ voor het eerst aangetroffen in 901

Woordfamilie van stichten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stichte aanvoegende wijs stichten
stichtend onvoltooid deelwoord stichten
stichtende woordvorm stichten
stichtte verleden tijd stichten
stichtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stichten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stichten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over stichten

Wat is de betekenis van stichten?
Stichten is een werkwoord. De betekenis is: de grondslag voor iets leggen, iets instellen.
Hoe vervoeg ik stichten?
Zo vervoeg je stichten zo: de tegenwoordige tijd is sticht, de verleden tijd is stichtte en het voltooid deelwoord is gesticht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stichten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stichten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. I 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 zonder bonus
  10. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

stichten in het kort

stichten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van stichten staan er 39 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort stichten bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

stichten: de grondslag voor iets leggen, iets instellen
Deel stichten — standaardnederlands.nl