pitten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpɪtə(n)Betekenis
- ontdoen van pitten (bij vruchten) of ogen (bij aardappelen)
- slapen
- in de grond stoppen, inkuilen
- wild dansen op harde muziek waarbij je opzettelijk om je heen slaat en hard tegen anderen aanbotst
- (autoracen) een racewagen tijdens de wedstrijd een werkplaats langs het circuit inrijden om brandstof te tanken of kleine aanpassingen of reparaties uit te laten voeren
Hoe spreek je pitten uit?
/ˈpɪtən/
Pitten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- een racewagen tijdens de wedstrijd een werkplaats langs het circuit inrijden om brandstof te tanken of kleine aanpassingen of reparaties uit te laten voeren unergative
Vervoeging van pitten
pittenhele werkwoord — pitteverleden tijd enkelvoud — gepitvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | pit | pitte |
| jij | pit | pitte |
| hij, zij, het | pit | pitte |
| wij | pitten | — |
| jullie | pitten | — |
| zij | pitten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gepit | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gepit | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gepit | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gepit | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gepit worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gepit zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gepit worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gepit zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gepit | verleden tijd, deelwoord |
| gepit te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepit te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gepit te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepit te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepit te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gepit worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepit zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gepit zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepit zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gepit zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gepit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gepit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gepit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gepit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gepit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gepit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gepit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| pit | gebiedende wijs |
| pitte | verleden tijd |
| pitte | aanvoegende wijs |
| pittend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gepit | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te pitten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen pitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gepit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gepit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gepit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gepit | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gepit | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gepit | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gepit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gepit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gepit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gepit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gepit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gepit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gepit | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gepit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gepit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gepit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gepit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gepit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gepit | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gepit hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gepit hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gepit zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gepit zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal pitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal pitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal pitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gepit | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gepit hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepit hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepit zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gepit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gepit zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou pitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou pitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou pitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gepit hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepit hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gepit zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gepit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gepit zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden pitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden pitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden pitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gepit hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gepit zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt pitten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gepit hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepit hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gepit zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gepit zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gepit zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen pitten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen pitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen pitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen pitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gepit hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepit worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gepit zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult pitten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord pit
Herkomst
[1]: afgeleid van pit zn "kern van een vrucht" met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van pitten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gepit | voltooid deelwoord | pitten |
| gepitte | woordvorm | pitten |
| pitte | verleden tijd | pitten |
| pittend | onvoltooid deelwoord | pitten |
| pittende | woordvorm | pitten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pitten zijn vastgelegd.