Naar de inhoud

bezitten

iets in eigendom hebben

bezitten

werkwoord /bə'zɪtə(n)/

Betekenis

  1. iets in eigendom hebben
  2. vnl. lijdende vorm + van geestelijk geobsedeerd worden

Hoe spreek je bezitten uit?

/bəˈzɪtən/

Bezitten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈzɪtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
z zon
ɪ pit
t tak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van bezitten

bezittenhele werkwoord — bezatverleden tijd enkelvoud — bezatenverleden tijd meervoud — bezetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bezit bezat
jij bezit bezat
hij, zij, het bezit bezat
wij bezitten bezaten
jullie bezitten bezaten
zij bezitten bezaten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bezat verleden tijd
bezeten verleden tijd, deelwoord
bezeten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezeten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bezeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezeten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezeten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezeten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezeten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bezeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezeten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezeten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezit gebiedende wijs
bezitte aanvoegende wijs
bezittend onvoltooid, deelwoord
er is bezeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bezeten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bezeten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bezeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bezeten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bezeten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bezeten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bezeten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bezitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bezeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bezitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bezeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bezeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bezeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bezeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bezeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bezeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bezeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bezeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bezeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bezeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bezeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bezeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bezeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bezeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bezeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bezeten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezeten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bezitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bezitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezeten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezeten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezeten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bezitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bezitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezeten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezeten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezeten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezeten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezitten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bezeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezeten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezeten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezeten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bezitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezeten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezitten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘(in bezit) hebben’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van bezitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bezaten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bezitten
bezitte aanvoegende wijs bezitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezitten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bezitten

Hoe spreek je bezitten uit?
De uitspraak van bezitten is: /bə'zɪtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent bezitten?
Bezitten is een werkwoord. Het woord betekent: iets in eigendom hebben. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bezitten?
Je vervoegt bezitten als volgt: de tegenwoordige tijd is bezit, de verleden tijd is bezat en het voltooid deelwoord is bezeten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bezitten?

In dit woordenboek rijmen 11 woorden op -itten op bezitten, zoals zitten, kitten en pitten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bezitten, uitspraak bəˈzɪtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zitten 2
kitten 2
pitten 2
spitten 2
verhitten 3
splitten 2
flitten 2
avondritten 4
permitten 3
perzikenpitten 5
pruimenpitten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bezitten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. Z 4
  4. I 1
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bezitten levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. Z 5
  4. I 2
  5. T 2
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bezitten in het kort

bezitten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bezitten zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bezitten bij een woordfamilie van 2 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bezitten: iets in eigendom hebben
Deel bezitten — standaardnederlands.nl