voorverwarmen
werkwoordBetekenis
- het vooraf warm maken
Vervoeging van voorverwarmen
voorverwarmenhele werkwoord — verwarmde voorverleden tijd enkelvoud — verwarmden voorverleden tijd meervoud — voorverwarmdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwarm voor | verwarmde voor |
| jij | verwarmt voor | verwarmde voor |
| hij, zij, het | verwarmt voor | verwarmde voor |
| wij | verwarmen voor | verwarmden voor |
| jullie | verwarmen voor | verwarmden voor |
| zij | verwarmen voor | verwarmden voor |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is voorverwarmd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was voorverwarmd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd voorverwarmd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt voorverwarmd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal voorverwarmd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal voorverwarmd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou voorverwarmd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou voorverwarmd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorverwarmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben voorverwarmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voorverwarmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwarm voor | gebiedende wijs |
| verwarmde voor | verleden tijd |
| voor te verwarmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voor te zullen verwarmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voor zal verwarmen | bijzin, toekomende tijd |
| voor zou verwarmen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zouden verwarmen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zoudt verwarmen | bijzin, voorwaardelijk |
| voor zullen verwarmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voor zullen verwarmen | bijzin, toekomende tijd |
| voor zult verwarmen | bijzin, toekomende tijd |
| voorverwarm | bijzin, tegenwoordige tijd |
| voorverwarmd | verleden tijd, deelwoord |
| voorverwarmd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorverwarmd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| voorverwarmd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorverwarmd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorverwarmd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voorverwarmd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorverwarmd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| voorverwarmd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorverwarmd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorverwarmd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voorverwarmde | bijzin, verleden tijd |
| voorverwarmden | bijzin, verleden tijd |
| voorverwarmend | onvoltooid, deelwoord |
| voorverwarmt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was voorverwarmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt voorverwarmd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal voorverwarmd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorverwarmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voorverwarmd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal voorverwarmd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voorverwarmd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal voorverwarmen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt voorverwarmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou voorverwarmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorverwarmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorverwarmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorverwarmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voorverwarmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voorverwarmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou voorverwarmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) voorverwarmen voor zou(dt) verwarmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden voorverwarmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorverwarmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voorverwarmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorverwarmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voorverwarmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voorverwarmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden voorverwarmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt voorverwarmd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorverwarmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt voorverwarmen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen voorverwarmd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen voorverwarmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen voorverwarmd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voorverwarmd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voorverwarmd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen voorverwarmd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen voorverwarmd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voorverwarmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voorverwarmen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen voorverwarmen | bijzin, toekomende tijd |
| zult voorverwarmd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van voor en verwarmen
Woordfamilie van voorverwarmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwarm voor | gebiedende wijs | voorverwarmen |
| verwarmde voor | verleden tijd | voorverwarmen |
| verwarmden voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voorverwarmen |
| verwarme voor | woordvorm | voorverwarmen |
| verwarmen voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | voorverwarmen |
| verwarmt voor | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voorverwarmen |
| voorverwarm | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voorverwarmen |
| voorverwarmd | voltooid deelwoord | voorverwarmen |
| voorverwarmde | subordinate-clause, verleden tijd | voorverwarmen |
| voorverwarmden | subordinate-clause, verleden tijd | voorverwarmen |
| voorverwarme | with-subordinate-clause | voorverwarmen |
| voorverwarmend | onvoltooid deelwoord | voorverwarmen |
| voorverwarmende | woordvorm | voorverwarmen |
| voorverwarmt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | voorverwarmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voorverwarmen zijn vastgelegd.