spelt
zelfstandig naamwoord, werkwoord spɛltBetekenis
- dat door boeren wordt verbouwd
- gebruikt voor het maken van gerechten, brood en gebak
Hoe spreek je spelt uit?
/spɛlt/
Spelt bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaalde grove tarwesoort Triticum spelta
- bepaald gewas Triticum spelta dat door boeren wordt verbouwd
- zaden van Triticum spelta gebruikt voor het maken van gerechten, brood en gebak
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spellen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spellen
- gebiedende wijs meervoud van spellen
Vervoeging van spelt
spelthele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands spelte van Oudnederlands spelta, in de betekenis van ‘soort tarwe’ aangetroffen vanaf de 9e eeuw