veldheer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een opperbevelhebber te velde
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| veldheertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| veldheertjes | verkleinwoord, meervoud |
| veldheren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van veld en heer
Woordfamilie van veldheer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| veldheertje | verkleinwoord | veldheer |
| veldheertjes | verkleinwoord meervoud | veldheer |
| veldheren | meervoud | veldheer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van veldheer zijn vastgelegd.