velddag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dag dat men in de buitenlucht het veld intrekt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| velddagen | meervoud |
| velddagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| velddagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van veld zn en dag zn
Woordfamilie van velddag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| velddagen | meervoud | velddag |
| velddagje | verkleinwoord | velddag |
| velddagjes | verkleinwoord meervoud | velddag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van velddag zijn vastgelegd.