inleggeld
zelfstandig naamwoord ˈɪnlɛˌxɛltBetekenis
- geld dat men betaalt om mee te mogen doen aan een wedstrijd of loterij
- geld dat men betaalt om een gemeenschappelijke onderneming te financieren
Hoe spreek je inleggeld uit?
/ˈɪnlɛˌxɛlt/
Inleggeld bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| l | land |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inleggelden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van inleg zn en geld zn
Woordfamilie van inleggeld
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inleggelden | meervoud | inleggeld |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inleggeld zijn vastgelegd.