stelt
zelfstandig naamwoord, werkwoord /stɛlt/Betekenis
- lange stok met voetsteun waarmee je op grotere hoogte kunt lopen.
Hoe spreek je stelt uit?
/stɛlt/
Stelt bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| l | land |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stelten | meervoud |
| steltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| steltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stellen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stellen
- gebiedende wijs meervoud van stellen
Vervoeging van stelt
stelthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘loopstok’ voor het eerst aangetroffen in 1276
Woordfamilie van stelt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stelten | meervoud | stelt |
| steltje | verkleinwoord | stelt |
| steltjes | verkleinwoord meervoud | stelt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stelt zijn vastgelegd.