tanken
werkwoord /ˈtɑŋ.kə(n)/Betekenis
- het brandstofreservoir vullen
- het reservoir met een bepaalde brandstof vullen
- veel drinken
- veel van een bepaalde drank drinken
Hoe spreek je tanken uit?
/ˈtɑŋkən/
Tanken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- : het brandstofreservoir vullen unergative
- : het reservoir met een bepaalde brandstof vullen transitive
- : veel drinken unergative
- : veel van een bepaalde drank drinken transitive
Vervoeging van tanken
tankenhele werkwoord — tankteverleden tijd enkelvoud — tanktenverleden tijd meervoud — getanktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tank | tankte |
| jij | tankt | tankte |
| hij, zij, het | tankt | tankte |
| wij | tanken | tankten |
| jullie | tanken | tankten |
| zij | tanken | tankten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getankt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getankt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getankt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getankt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getankt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getankt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getankt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getankt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getankt | verleden tijd, deelwoord |
| getankt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getankt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getankt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getankt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getankt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getankt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getankt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getankt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getankt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getankt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getankt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getankt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getankt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getankt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getankt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getankt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getankt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| tank | gebiedende wijs |
| tanke | aanvoegende wijs |
| tankend | onvoltooid, deelwoord |
| tankte | verleden tijd |
| te hebben getankt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tanken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tanken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal getankt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getankt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getankt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getankt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tanken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getankt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getankt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getankt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tanken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getankt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tanken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordfamilie van tanken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getankt | voltooid deelwoord | tanken |
| getankte | woordvorm | tanken |
| tanke | aanvoegende wijs | tanken |
| tankend | onvoltooid deelwoord | tanken |
| tankende | woordvorm | tanken |
| tankt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tanken |
| tankte | verleden tijd | tanken |
| tankten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tanken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tanken zijn vastgelegd.