Naar de inhoud

manken

moeizaam lopen door een aandoening aan één been

manken is meer dan één woord

manken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈmɑŋkə(n)

Betekenis

  1. moeizaam lopen door een aandoening aan één been
  2. kwetsen, verminken, minder maken
  3. mannequin, model, fotomodel
  4. mannequin, paspop, etalagepop
  5. mannequin, ledenpop (door kunstenaars gebruikte houten pop met beweegbare ledematen)

Hoe spreek je manken uit?

/ˈmɑŋkən/

Manken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmɑŋkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɑ bad
ŋ ding
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van manken

mankenhele werkwoord — mankteverleden tijd enkelvoud — manktenverleden tijd meervoud — gemanktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mank mankte
jij mankt mankte
hij, zij, het mankt mankte
wij manken mankten
jullie manken mankten
zij manken mankten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gemankt verleden tijd, deelwoord
gemankt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemankt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemankt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemankt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemankt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemankt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemankt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemankt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemankt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemankt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemankt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemankt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemankt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemankt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemankt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemankt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemankt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mank gebiedende wijs
manke aanvoegende wijs
mankend onvoltooid, deelwoord
mankte verleden tijd
te hebben gemankt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te manken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen manken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemankt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemankt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemankt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal manken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal manken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal manken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemankt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemankt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemankt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou manken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou manken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou manken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemankt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemankt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemankt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden manken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden manken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden manken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemankt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt manken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemankt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemankt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemankt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen manken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen manken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen manken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen manken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemankt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult manken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord manke

Herkomst

van Middelnederlands manken; afgeleid van mank met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van manken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemankt voltooid deelwoord manken
gemankte woordvorm manken
mankend onvoltooid deelwoord manken
mankende woordvorm manken
mankt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon manken
mankte verleden tijd manken
mankten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon manken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van manken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over manken

Hoe spreek ik manken uit?
Zo spreek je manken uit: /ˈmɑŋkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van manken?
Manken is een werkwoord. De betekenis is: moeizaam lopen door een aandoening aan één been. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik manken?
Zo vervoeg je manken zo: de tegenwoordige tijd is mank, de verleden tijd is mankte en het voltooid deelwoord is gemankt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op manken?

Manken rijmt op 18 woorden op -anken; danken, janken en planken bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op manken, uitspraak ˈmɑŋkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
danken 2
janken 2
planken 2
tanken 2
anken 2
heksendranken 4
hersenbanken 4
informatiseringsbanken 8
kerkbanken 4
kinderklanken 4
klanken 2
kranken 2
melkdranken 4
snijdersbanken 4
stamcelbanken 4
vandiktebanken 5
verslanken 3
watertanken 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord manken is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

manken levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. A 1
  3. N 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

manken telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

manken in het kort

manken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van manken staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort manken bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

manken: moeizaam lopen door een aandoening aan één been
Deel manken — standaardnederlands.nl