stoeterij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het bedrijfsmatig telen van paarden
- de bedrijfslocatie waar paarden worden geteeld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stoeterijen | meervoud |
| stoeterijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stoeterijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘paardenfokkerij’ voor het eerst aangetroffen in 1778
Woordfamilie van stoeterij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stoeterijen | meervoud | stoeterij |
| stoeterijtje | verkleinwoord | stoeterij |
| stoeterijtjes | verkleinwoord meervoud | stoeterij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stoeterij zijn vastgelegd.