stillen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstɪlə(n)Betekenis
- doen ophouden, bevredigen
Hoe spreek je stillen uit?
/ˈstɪlən/
Stillen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| l | land |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van stillen
stillenhele werkwoord — stildeverleden tijd enkelvoud — stildenverleden tijd meervoud — gestildvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stil | stilde |
| jij | stilt | stilde |
| hij, zij, het | stilt | stilde |
| wij | stillen | stilden |
| jullie | stillen | stilden |
| zij | stillen | stilden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gestild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestild | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestild | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestild worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestild zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestild worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestild zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestild | verleden tijd, deelwoord |
| gestild te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestild te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gestild te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestild te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestild te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestild worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestild zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gestild zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestild zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gestild zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stil | gebiedende wijs |
| stilde | verleden tijd |
| stille | aanvoegende wijs |
| stillend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gestild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te stillen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stillen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gestild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gestild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gestild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gestild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gestild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gestild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gestild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gestild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gestild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gestild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gestild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gestild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gestild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gestild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gestild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gestild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gestild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gestild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestild zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stillen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gestild zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stille
Herkomst
In de betekenis van ‘doen ophouden’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van stillen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestild | voltooid deelwoord | stillen |
| gestilde | woordvorm | stillen |
| stilde | verleden tijd | stillen |
| stilden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stillen |
| stillend | onvoltooid deelwoord | stillen |
| stillende | woordvorm | stillen |
| stilt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stillen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stillen zijn vastgelegd.