stemmen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /stεmə(n)/Betekenis
- deelnemen aan een verkiezing
- een instrument op de juiste toonhoogte brengen, gelijkstemmen
- iemand een bepaald gevoel geven
Hoe spreek je stemmen uit?
/stεmən/
Stemmen bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van stemmen
stemmenhele werkwoord — stemdeverleden tijd enkelvoud — stemdenverleden tijd meervoud — gestemdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stem | stemde |
| jij | stemt | stemde |
| hij, zij, het | stemt | stemde |
| wij | stemmen | stemden |
| jullie | stemmen | stemden |
| zij | stemmen | stemden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gestemd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gestemd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gestemd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gestemd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gestemd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gestemd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gestemd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gestemd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestemd | verleden tijd, deelwoord |
| gestemd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestemd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestemd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestemd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestemd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestemd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stem | gebiedende wijs |
| stemde | verleden tijd |
| stemme | aanvoegende wijs |
| stemmend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gestemd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te stemmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stemmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestemd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stemmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestemd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stemmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stem
Woordfamilie van stemmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stemde | verleden tijd | stemmen |
| stemden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stemmen |
| stemme | aanvoegende wijs | stemmen |
| stemmend | onvoltooid deelwoord | stemmen |
| stemmende | woordvorm | stemmen |
| stemt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stemmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stemmen zijn vastgelegd.