Naar de inhoud

stemmen

deelnemen aan een verkiezing

stemmen is meer dan één woord

stemmen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /stεmə(n)/

Betekenis

  1. deelnemen aan een verkiezing
  2. een instrument op de juiste toonhoogte brengen, gelijkstemmen
  3. iemand een bepaald gevoel geven

Hoe spreek je stemmen uit?

/stεmən/

Stemmen bestaat uit één lettergreep.

De tekens in /stεmən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
m maan
ə de
n nek

Vervoeging van stemmen

stemmenhele werkwoord — stemdeverleden tijd enkelvoud — stemdenverleden tijd meervoud — gestemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stem stemde
jij stemt stemde
hij, zij, het stemt stemde
wij stemmen stemden
jullie stemmen stemden
zij stemmen stemden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gestemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestemd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestemd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestemd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestemd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestemd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestemd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestemd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestemd verleden tijd, deelwoord
gestemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stem gebiedende wijs
stemde verleden tijd
stemme aanvoegende wijs
stemmend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stemmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stemmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stemmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord stem

Woordfamilie van stemmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
stemde verleden tijd stemmen
stemden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stemmen
stemme aanvoegende wijs stemmen
stemmend onvoltooid deelwoord stemmen
stemmende woordvorm stemmen
stemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stemmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stemmen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over stemmen

Hoe spreek je stemmen uit?
De uitspraak van stemmen is: /stεmə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent stemmen?
Stemmen is een werkwoord. Het woord betekent: deelnemen aan een verkiezing. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je stemmen?
Je vervoegt stemmen als volgt: de tegenwoordige tijd is stem, de verleden tijd is stemde en het voltooid deelwoord is gestemd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op stemmen?

Stemmen rijmt op 9 woorden op -en; een, aangeven en leuven bijvoorbeeld. Het gaat om staand rijm: de klank vanaf de laatste beklemtoonde klinker is gelijk.

Rijmwoorden op stemmen, uitspraak stεmən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
een 1
aangeven 3
leuven 2
metselen 3
ronselen 3
verzusteren 4
mangelden 3
nen 1
pycnidiën 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stemmen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stemmen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. E 1
  4. M 3
  5. M 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

stemmen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

stemmen in het kort

stemmen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van stemmen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stemmen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stemmen: deelnemen aan een verkiezing
Deel stemmen — standaardnederlands.nl