stempas
zelfstandig naamwoordBetekenis
- in Nederland een verklaring in de vorm van een pas, waarmee een kiesgerechtigde wordt toegestaan binnen het gebied van het orgaan waarvoor een verkiezing wordt gehouden, meestal de gemeente of deelgemeente, aan de stemming deel te nemen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stempasje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stempasjes | verkleinwoord, meervoud |
| stempassen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van stemmen ww en pas zn
Woordfamilie van stempas
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stempasje | verkleinwoord | stempas |
| stempasjes | verkleinwoord meervoud | stempas |
| stempassen | meervoud | stempas |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stempas zijn vastgelegd.