stagneren
werkwoordBetekenis
- niet langer voortbewegen of vooruitgaan, tot stilstand komen
Vervoeging van stagneren
stagnerenhele werkwoord — stagneerdeverleden tijd enkelvoud — stagneerdenverleden tijd meervoud — gestagneerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stagneer | stagneerde |
| jij | stagneert | stagneerde |
| hij, zij, het | stagneert | stagneerde |
| wij | stagneren | stagneerden |
| jullie | stagneren | stagneerden |
| zij | stagneren | stagneerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gestagneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestagneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestagneerd | verleden tijd, deelwoord |
| gestagneerd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestagneerd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gestagneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestagneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stagneer | gebiedende wijs |
| stagneerde | verleden tijd |
| stagnere | aanvoegende wijs |
| stagnerend | onvoltooid, deelwoord |
| te stagneren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gestagneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stagneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestagneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestagneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestagneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestagneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestagneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestagneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestagneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gestagneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestagneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestagneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestagneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gestagneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestagneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestagneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestagneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestagneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestagneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestagneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestagneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestagneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestagneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestagneerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestagneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestagneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestagneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stagneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestagneerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stagneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘stilstaan’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van stagneren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestagneerd | voltooid deelwoord | stagneren |
| gestagneerde | woordvorm | stagneren |
| stagneer | gebiedende wijs | stagneren |
| stagneerde | verleden tijd | stagneren |
| stagneerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stagneren |
| stagneert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stagneren |
| stagnere | aanvoegende wijs | stagneren |
| stagnerend | onvoltooid deelwoord | stagneren |
| stagnerende | woordvorm | stagneren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stagneren zijn vastgelegd.