nota
zelfstandig naamwoordBetekenis
- rekening, factuur
- aantekening, notitie
- officieel geschrift met een mededeling of waarin een standpunt wordt uiteengezet
- rekening
- noot
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nota's | meervoud |
| notaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| notaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘aantekening’ voor het eerst aangetroffen in 1525
Woordfamilie van nota
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nota's | meervoud | nota |
| notaatje | verkleinwoord | nota |
| notaatjes | verkleinwoord meervoud | nota |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nota zijn vastgelegd.