kloppen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈklɔpə(n)Betekenis
- hoorbaar tegen of op iets slaan
- voelbaar|voel- of hoorbaar bewegen
- in orde zijn, correct zijn
- door slaan in een bepaalde toestand brengen
- verslaan in een wedstrijd
Hoe spreek je kloppen uit?
/ˈklɔpən/
Kloppen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɔ | bot |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- voel- of hoorbaar bewegen unergative
Vervoeging van kloppen
kloppenhele werkwoord — klopteverleden tijd enkelvoud — kloptenverleden tijd meervoud — gekloptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | klop | klopte |
| jij | klopt | klopte |
| hij, zij, het | klopt | klopte |
| wij | kloppen | klopten |
| jullie | kloppen | klopten |
| zij | kloppen | klopten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geklopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geklopt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geklopt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geklopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geklopt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geklopt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geklopt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geklopt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geklopt | verleden tijd, deelwoord |
| geklopt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geklopt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geklopt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklopt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklopt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geklopt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geklopt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geklopt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geklopt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geklopt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geklopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geklopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geklopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geklopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geklopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geklopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geklopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| klop | gebiedende wijs |
| kloppe | aanvoegende wijs |
| kloppend | onvoltooid, deelwoord |
| klopte | verleden tijd |
| te hebben geklopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kloppen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kloppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geklopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geklopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geklopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geklopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geklopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geklopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geklopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geklopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geklopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geklopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geklopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geklopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geklopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geklopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geklopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geklopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geklopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geklopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geklopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geklopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geklopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geklopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geklopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geklopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geklopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geklopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geklopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geklopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geklopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geklopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geklopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geklopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geklopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geklopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geklopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geklopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geklopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geklopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geklopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geklopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geklopt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geklopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kloppen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geklopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geklopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geklopt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kloppen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord klop
Herkomst
In de betekenis van ‘hoorbaar op iets slaan’ voor het eerst aangetroffen in 1276
Woordfamilie van kloppen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geklopte | woordvorm | kloppen |
| kloppe | aanvoegende wijs | kloppen |
| klopte | verleden tijd | kloppen |
| klopten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kloppen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kloppen zijn vastgelegd.