Naar de inhoud

kloppen

hoorbaar tegen of op iets slaan

kloppen is meer dan één woord

kloppen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈklɔpə(n)

Betekenis

  1. hoorbaar tegen of op iets slaan
  2. voelbaar|voel- of hoorbaar bewegen
  3. in orde zijn, correct zijn
  4. door slaan in een bepaalde toestand brengen
  5. verslaan in een wedstrijd

Hoe spreek je kloppen uit?

/ˈklɔpən/

Kloppen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈklɔpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
l land
ɔ bot
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. voel- of hoorbaar bewegen unergative

Vervoeging van kloppen

kloppenhele werkwoord — klopteverleden tijd enkelvoud — kloptenverleden tijd meervoud — gekloptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik klop klopte
jij klopt klopte
hij, zij, het klopt klopte
wij kloppen klopten
jullie kloppen klopten
zij kloppen klopten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geklopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geklopt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geklopt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geklopt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geklopt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geklopt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geklopt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geklopt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geklopt verleden tijd, deelwoord
geklopt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geklopt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geklopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklopt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklopt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geklopt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geklopt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geklopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geklopt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geklopt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
klop gebiedende wijs
kloppe aanvoegende wijs
kloppend onvoltooid, deelwoord
klopte verleden tijd
te hebben geklopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kloppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geklopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geklopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geklopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geklopt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geklopt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geklopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geklopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geklopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geklopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kloppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kloppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kloppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geklopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kloppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kloppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kloppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kloppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kloppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kloppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geklopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geklopt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kloppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geklopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geklopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geklopt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geklopt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geklopt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kloppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kloppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kloppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kloppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geklopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geklopt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geklopt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kloppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord klop

Herkomst

In de betekenis van ‘hoorbaar op iets slaan’ voor het eerst aangetroffen in 1276

Woordfamilie van kloppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geklopte woordvorm kloppen
kloppe aanvoegende wijs kloppen
klopte verleden tijd kloppen
klopten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kloppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kloppen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kloppen

Hoe spreek je kloppen uit?
De uitspraak van kloppen is: /ˈklɔpə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent kloppen?
Kloppen is een werkwoord. Het woord betekent: hoorbaar tegen of op iets slaan. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je kloppen?
Je vervoegt kloppen als volgt: de tegenwoordige tijd is klop, de verleden tijd is klopte en het voltooid deelwoord is geklopt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op kloppen?

Op kloppen rijmen 17 woorden, onder andere stoppen, koppen en schoppen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op kloppen, uitspraak ˈklɔpən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
stoppen 2
koppen 2
schoppen 2
verstoppen 3
moppen 2
soppen 2
ontstoppen 3
bergtoppen 4
karpatenkoppen 5
koperkoppen 4
kroppen 2
reuzemoppen 4
reuzenmoppen 4
rozenknoppen 4
veterdroppen 4
wereldtoppen 4
wittekoppen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kloppen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. L 3
  3. O 1
  4. P 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kloppen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. L 3
  3. O 1
  4. P 4
  5. P 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 17 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

kloppen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kloppen in het kort

kloppen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van kloppen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort kloppen bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

kloppen: hoorbaar tegen of op iets slaan
Deel kloppen — standaardnederlands.nl