verdolen
werkwoord vərˈdolə(n)Betekenis
- de weg kwijt raken
- in ethisch of religieus opzicht afdwalen
Hoe spreek je verdolen uit?
/vərˈdolən/
Verdolen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| o | boot |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verdolen
verdolenhele werkwoord — verdooldeverleden tijd enkelvoud — verdooldenverleden tijd meervoud — verdooldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdool | verdoolde |
| jij | verdoolt | verdoolde |
| hij, zij, het | verdoolt | verdoolde |
| wij | verdolen | verdoolden |
| jullie | verdolen | verdoolden |
| zij | verdolen | verdoolden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verdoold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verdoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdoold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verdolen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verdoold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdolen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdole | aanvoegende wijs |
| verdolend | onvoltooid, deelwoord |
| verdool | gebiedende wijs |
| verdoold | verleden tijd, deelwoord |
| verdoold te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdoold zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdoolde | verleden tijd |
| waart verdoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdoold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdoold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdoold | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdoold | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdoold | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verdoold zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdoold zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdoold zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verdoold | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verdoold | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdoold | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdoold | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verdoold zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdoold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdoold zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verdoold zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdoold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdoold zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verdoold zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verdolen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verdoold zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdoold zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdoold zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verdolen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verdoold zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van dolen ww met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdolen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdole | aanvoegende wijs | verdolen |
| verdolend | onvoltooid deelwoord | verdolen |
| verdolende | woordvorm | verdolen |
| verdool | gebiedende wijs | verdolen |
| verdoold | voltooid deelwoord | verdolen |
| verdoolde | verleden tijd | verdolen |
| verdoolt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdolen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdolen zijn vastgelegd.