schep
zelfstandig naamwoord, werkwoord sxɛpBetekenis
- lepelvormig werktuig waarmee een hoeveelheid vast materiaal verplaatst kan worden
- de hoeveelheid materiaal die men met
Hoe spreek je schep uit?
/sxɛp/
Schep bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- hoeveelheid materiaal die men met een lepelvormig werktuig verplaatst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schepjes | verkleinwoord, meervoud |
| scheppen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scheppen
- gebiedende wijs van scheppen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scheppen
Vervoeging van schep
schephele werkwoord
Herkomst
zn: van Middelnederlands scheppe, op te vatten als afgeleid van scheppen ww zonder -en
Woordfamilie van schep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schepje | verkleinwoord | schep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schep zijn vastgelegd.