cap
zelfstandig naamwoord kɛpBetekenis
- hoofdeksel van materiaal dat de ronding van de schedel volgt met een klep boven de ogen
- als bescherming tegen de zon
- als bescherming bij een val
- (waterpolo) badmuts in een onderscheidende kleur die onder de kin wordt vastgezet, met beschermde openingen voor de oren
- deelname aan een interland
- hoofd
- baas, leider
- kaap
- geen, geen enkel
- (no ... ') niet een
- geen, geen enkele
- kap, dop
- in staat
- hoed, pet
- bok; een mannelijke geit
- ram; een mannelijk schaap
- (dialect) bok; een mannelijke geit
- onderpoot
- trip, trap
Hoe spreek je cap uit?
/kɛp/
Cap bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- hoofddeksel (zoals een pet, muts e.d.) van materiaal dat de ronding van de schedel volgt met een klep boven de ogen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| capje | verkleinwoord, enkelvoud |
| capjes | verkleinwoord, meervoud |
| caps | meervoud |
Herkomst
van Engels cap
Woordfamilie van cap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| capje | verkleinwoord | cap |
| capjes | verkleinwoord meervoud | cap |
| caps | meervoud | cap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van cap zijn vastgelegd.