nep
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord nɛpBetekenis
- onecht, vals
- met weinig vaardigheid, slecht
- bedrog, onechtheid
- geen
Hoe spreek je nep uit?
/nɛp/
Nep bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɛ | bed |
| p | pak |
Klinkt hetzelfde als neb.
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| neppe | verbogen, stellende trap |
| nepper | onverbogen, vergrotende trap |
| neppere | verbogen, vergrotende trap |
| neppers | partitief, vergrotende trap |
| neps | partitief, stellende trap |
| nepst | onverbogen, overtreffende trap |
| nepste | verbogen, overtreffende trap |
zelfstandig naamwoord — masculine
- uitjes die alleen nog geschikt zijn om in te maken
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neppen
- gebiedende wijs van neppen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neppen
Vervoeging van nep
nephele werkwoord
Herkomst
via Bargoens van Duits Nepp zn **in de betekenis van ‘bedrog’ aangetroffen vanaf 1927 **in de betekenis ‘inmaakuitjes’ aangetroffen vanaf 1909 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van nep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neppere | verbogen vergrotende trap | nep |
| neps | partitive, positive | nep |
| nepst | uninflected, superlative | nep |
| nepste | inflected, superlative | nep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nep zijn vastgelegd.