roos
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord /roːs/Betekenis
- kleine cirkelvormige middensectie van een schietschijf
- aandoening van de hoofdhuid die schilfers veroorzaakt
- de kleur roze
Hoe spreek je roos uit?
/ros/
Roos bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| o | boot |
| s | sok |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planten met doornen op de stengel uit het geslacht Rosa
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| roosje | verkleinwoord, enkelvoud |
| roosjes | verkleinwoord, meervoud |
| rozen | meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands rose van Frans rose zn , in de betekenis van ‘bloem’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240