rozenperk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een duidelijk begrensd deel van een park of tuin waar rozen geplant staan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rozenperken | meervoud |
| rozenperkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rozenperkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van roos en perk met het invoegsel -en-
Woordfamilie van rozenperk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rozenperken | meervoud | rozenperk |
| rozenperkje | verkleinwoord | rozenperk |
| rozenperkjes | verkleinwoord meervoud | rozenperk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rozenperk zijn vastgelegd.