rozenkrans
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een gebedssnoer met 55 kralen. Bij 5 kralen wordt het 'onze vader' en bij 50 het 'weesgegroet' gebeden
- een gebed waarbij men de rozenkrans drie maal doorloopt en dus 15 maal het Onzevader en 150 het Weesgegroet bidt
zelfstandig naamwoord — masculine
- een gebedssnoer met 55 kralen. Bij 5 kralen wordt het "onze vader" en bij 50 het "weesgegroet" gebeden
- een gebed waarbij men de rozenkrans driemaal doorloopt en dus vijftienmaal het Onzevader en 150 het Weesgegroet bidt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rozenkransen | meervoud |
| rozenkransje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rozenkransjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘gebedenreeks’ voor het eerst aangetroffen in 1451
Woordfamilie van rozenkrans
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rozenkransen | meervoud | rozenkrans |
| rozenkransjes | verkleinwoord meervoud | rozenkrans |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rozenkrans zijn vastgelegd.