boos
bijvoeglijk naamwoord bosBetekenis
- een emotie waarbij men zeer negatief is en men vaak de ander de schuld geeft
- kwaad, tegen de moraal
- eten, voedsel, voeding
- maal, maaltijd
- proviand
Hoe spreek je boos uit?
/bos/
Boos bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| s | sok |
Klinkt hetzelfde als beaus.
bijvoeglijk naamwoord
- blijk gevend van een emotie waarbij men zeer negatief is en daarvoor vaak de ander de schuld geeft
- tegen de moraal ingaand
- kwaadaardig, zondig
- gevaarlijk, schadelijk impersonal
- guur
- moeilijk obsolete
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boost | onverbogen, overtreffende trap |
| booste | verbogen, overtreffende trap |
| boze | verbogen, stellende trap |
| bozer | onverbogen, vergrotende trap |
| bozere | verbogen, vergrotende trap |
| bozers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘slecht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van boos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| booste | inflected, superlative | boos |
| boze | verbogen vorm | boos |
| bozer | vergrotende trap | boos |
| bozere | verbogen vergrotende trap | boos |
| bozers | partitieve vergrotende trap | boos |
| bozen | meervoud | boze |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boos zijn vastgelegd.