uitzichtloos
bijvoeglijk naamwoord ˈœytsɪxtˌlosBetekenis
- zonder kans op verbetering, hopeloos
Hoe spreek je uitzichtloos uit?
/ˈœytsɪxtˌlos/
Uitzichtloos bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| l | land |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitzichtloost | onverbogen, overtreffende trap |
| uitzichtlooste | verbogen, overtreffende trap |
| uitzichtloze | verbogen, stellende trap |
| uitzichtlozer | onverbogen, vergrotende trap |
| uitzichtlozere | verbogen, vergrotende trap |
| uitzichtlozers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Afgeleid van uitzicht met het achtervoegsel -loos
Woordfamilie van uitzichtloos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitzichtloost | uninflected, superlative | uitzichtloos |
| uitzichtlooste | inflected, superlative | uitzichtloos |
| uitzichtloze | verbogen vorm | uitzichtloos |
| uitzichtlozer | vergrotende trap | uitzichtloos |
| uitzichtlozere | verbogen vergrotende trap | uitzichtloos |
| uitzichtlozers | partitieve vergrotende trap | uitzichtloos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitzichtloos zijn vastgelegd.