leproos
zelfstandig naamwoord leˈprosBetekenis
- melaatse
Hoe spreek je leproos uit?
/leˈpros/
Leproos bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leprozen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘melaats, aan lepra lijdend’ voor het eerst aangetroffen in 1380
Woordfamilie van leproos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leprozen | meervoud | leproos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leproos zijn vastgelegd.