redenaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die in het openbaar spreekt, een beoefenaar van de welsprekendheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| redenaars | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘iem. die een rede houdt’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van redenaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| redenaars | meervoud | redenaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van redenaar zijn vastgelegd.