rede
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het vermogen te denken en begrijpen
- een formele toespraak
- een ankerplaats buitengaats
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (redetje) | verkleinwoord, derde persoon |
| (redetjes) | verkleinwoord, enkelvoud |
| reden | enkelvoud |
Woordvorm
- aanvoegende wijs van reden
Vervoeging van rede
redehele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘wat men zegt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Woordfamilie van rede
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| redes | meervoud | rede |
| redetje | woordvorm | rede |
| redetjes | meervoud | rede |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rede zijn vastgelegd.