ratio
zelfstandig naamwoord ˈra(t)siˌjoBetekenis
- verhouding, een verband in de vorm van een breuk tussen getalsmatige grootheden
- een redenering, een onderliggende gedachte, beweegreden
- rede, het vermogen te denken en begrijpen
- verhouding
Hoe spreek je ratio uit?
/ˈratsiˌjo/
Ratio bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| a | maan |
| t | tak |
| s | sok |
| i | riet |
| j | ja |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ratio's | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘rede’ voor het eerst aangetroffen in 1665
Woordfamilie van ratio
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ratio's | meervoud | ratio |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ratio zijn vastgelegd.