redelijk
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord ˈredələkBetekenis
- wat op nuchtere wijze te beredeneren is
- de eigenschap bezittend nuchter te redeneren
- tamelijk
- van een prijs dat deze niet te hoog is
- in aanzienlijke mate
Hoe spreek je redelijk uit?
/ˈredələk/
Redelijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| redelijke | verbogen, stellende trap |
| redelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| redelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| redelijkers | partitief, vergrotende trap |
| redelijks | partitief, stellende trap |
| redelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| redelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van rede met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van redelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| redelijke | verbogen vorm | redelijk |
| redelijker | vergrotende trap | redelijk |
| redelijkere | verbogen vergrotende trap | redelijk |
| redelijkers | partitieve vergrotende trap | redelijk |
| redelijks | partitive, positive | redelijk |
| redelijkst | uninflected, superlative | redelijk |
| redelijkste | inflected, superlative | redelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van redelijk zijn vastgelegd.