rechten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrɛxtə(n)Betekenis
- je lichaamshouding corrigeren
Hoe spreek je rechten uit?
/ˈrɛxtən/
Rechten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van rechten
rechtenhele werkwoord — rechtteverleden tijd enkelvoud — rechttenverleden tijd meervoud — gerechtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | recht | rechtte |
| jij | recht | rechtte |
| hij, zij, het | recht | rechtte |
| wij | rechten | rechtten |
| jullie | rechten | rechtten |
| zij | rechten | rechtten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gerecht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerecht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerecht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerecht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerecht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerecht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerecht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerecht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerecht | verleden tijd, deelwoord |
| gerecht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerecht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gerecht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerecht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerecht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerecht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerecht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gerecht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerecht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gerecht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerecht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerecht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerecht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerecht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerecht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| recht | gebiedende wijs |
| rechte | aanvoegende wijs |
| rechtend | onvoltooid, deelwoord |
| rechtte | verleden tijd |
| te hebben gerecht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te rechten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gerecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerecht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gerecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gerecht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gerecht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gerecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gerecht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gerecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gerecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gerecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gerecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gerecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gerecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gerecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gerecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gerecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gerecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gerecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gerecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gerecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gerecht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerecht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerecht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gerecht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerecht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gerecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gerecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gerecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gerecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerecht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerecht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerecht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gerecht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerecht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerecht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerecht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gerecht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- studierichting aan een universiteit, rechtenfaculteit
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord recht
Herkomst
In de betekenis van ‘rechtbuigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351
Woordfamilie van rechten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rechtend | onvoltooid deelwoord | rechten |
| rechtende | woordvorm | rechten |
| rechtte | verleden tijd | rechten |
| rechtten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rechten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechten zijn vastgelegd.