rechte
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- een rechte lijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rechten | meervoud |
| rechtetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rechtetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- datief onzijdig van recht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rechten | meervoud |
| rechtetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rechtetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van recht
Woordvorm
- aanvoegende wijs van rechten
Vervoeging van rechte
rechtehele werkwoord
Woordfamilie van rechte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rechtetje | verkleinwoord | rechte |
| rechtetjes | verkleinwoord meervoud | rechte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rechte zijn vastgelegd.