Naar de inhoud

slechten

tot op de grond toe afbreken

slechten

werkwoord ˈslɛxtə(n)

Betekenis

  1. tot op de grond toe afbreken
  2. probleem, moeilijkheid verwijderen, oplossen, opruimen

Hoe spreek je slechten uit?

/ˈslɛxtən/

Slechten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈslɛxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
l land
ɛ bed
x acht
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van slechten

slechtenhele werkwoord — slechtteverleden tijd enkelvoud — slechttenverleden tijd meervoud — geslechtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik slecht slechtte
jij slecht slechtte
hij, zij, het slecht slechtte
wij slechten slechtten
jullie slechten slechtten
zij slechten slechtten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geslecht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geslecht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geslecht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geslecht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geslecht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geslecht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geslecht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geslecht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geslecht verleden tijd, deelwoord
geslecht te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geslecht te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geslecht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslecht te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslecht te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geslecht worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geslecht zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geslecht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geslecht zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geslecht zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geslecht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geslecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geslecht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geslecht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geslecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geslecht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geslecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslecht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
slecht gebiedende wijs
slechte aanvoegende wijs
slechtend onvoltooid, deelwoord
slechtte verleden tijd
te hebben geslecht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te slechten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen slechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geslecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geslecht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geslecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geslecht voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geslecht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geslecht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geslecht voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geslecht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geslecht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geslecht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geslecht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geslecht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geslecht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geslecht enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geslecht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geslecht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geslecht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geslecht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geslecht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geslecht enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geslecht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslecht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geslecht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geslecht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geslecht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal slechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal slechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal slechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geslecht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geslecht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslecht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslecht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslecht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geslecht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geslecht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou slechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou slechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou slechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geslecht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geslecht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geslecht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geslecht zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geslecht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geslecht zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden slechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden slechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden slechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geslecht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geslecht zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt slechten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geslecht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geslecht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geslecht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geslecht zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geslecht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geslecht zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen slechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen slechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen slechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen slechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geslecht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geslecht worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geslecht zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult slechten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van slechten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geslecht voltooid deelwoord slechten
geslechte woordvorm slechten
slechtend onvoltooid deelwoord slechten
slechtende woordvorm slechten
slechtte verleden tijd slechten
slechtten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon slechten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van slechten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over slechten

Hoe spreek ik slechten uit?
Zo spreek je slechten uit: /ˈslɛxtə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van slechten?
Slechten is een werkwoord. De betekenis is: tot op de grond toe afbreken. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik slechten?
Zo vervoeg je slechten zo: de tegenwoordige tijd is slecht, de verleden tijd is slechtte en het voltooid deelwoord is geslecht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op slechten?

Slechten rijmt op 9 woorden op -echten; vechten, vlechten en knechten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op slechten, uitspraak ˈslɛxtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vechten 2
vlechten 2
knechten 2
mensenrechten 4
rechten 2
bakkersknechten 4
filmrechten 4
ontechten 3
sjechten 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord slechten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. L 3
  3. E 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

slechten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. L 3
  3. E 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 19 zonder bonus
  10. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

slechten in het kort

slechten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van slechten staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort slechten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

slechten: tot op de grond toe afbreken
Deel slechten — standaardnederlands.nl